Het fenomeen dat volkstuinen heet

Op haar zwarte opoe fietst rijdt ze naar haar stukje land in deze grote wereld. Ze stapt af, drukt op het knopje om de koplamp uit te doen, loopt met haar fiets aan de hand over het tuinpad naar het tuinhuisje waarnaast ze haar fiets parkeert. Ze kijkt niet op of om. “De wereld op zijn kleinst,” volgens Geert de Jong, regisseur en bedenker van Louterbloemen, over het fenomeen dat volkstuinen heet. 

Geert de Jong, actrice en regisseur, te zien in films als Echte Liefde, Terug naar Oegstgeest, ’n Beetje Verliefd en natuurlijk in Mama is Boos, waarvoor ze in 1986 een Gouden Kalf won, heeft een stuk geschreven over vier dagen uit het leven in de volkstuinen. Over mensen die elke dag komen. Over twee nieuwkomers. Een stuk waar het detail belangrijker is dan de tekst. Na haar succesvolle voorstellingen Dans (2004) en 5.51u (2006) waagt zij zich aan een grote zaalproductie.

Louterbloemen
“Het is een niemandsland, een vrijstaat. Mensen hebben een slecht huwelijk en gaan dan daar maar heen om te schoffelen. Naar hun volkstuintje. Ik vind het een heel bijzonder fenomeen. Een wereld binnen een wereld. Een micro kosmos. Met deze voorstelling heb ik geprobeerd mijn fascinatie voor de close ups van mensen te vertalen naar een theaterstuk, met tien man op het toneel. Van te voren heb ik het scenario geschreven, maar de voorstelling is ontstaan samen met de acteurs. We hebben veel geïmproviseerd en hele dierbare dingen overboord moeten gooien.”

Er is geen spannende verhaallijn die als leidraad door de voorstelling loopt. Maar toch blijven de mensen, elk in hun eigen tuintje, boeien. “Dat komt door de aandacht die je geeft aan het detail. Dat is de focus trekken naar één persoon en zorgen dat de anderen ‘low’ blijven. Ik vind dat je, als toeschouwer de personages echt moet zien opkomen. Je moet zien wat hij of zij doet, dan krijg je inzicht. In mijn scenario stond: De eerste dag: elke opkomst moet minstens twee minuten duren, het moet achter elkaar en het moet de werkelijke tijd zijn. Dus niet doen alsof je een slot openmaakt. Nee, het slot echt open maken. Na de opkomst van acht mensen beginnen ze met hun bezigheden. Met zo’n breed toneel en zoveel mensen op het podium moet je wel zeggen; als jij aardappelen schilt, mag jij niet de deur open maken, anders kijken ze naar jou. Het zijn honderden afspraken die je ziet. Spelen op de focus vraagt veel van de acteurs. En het maakt je breekbaar. Het is heel gedetailleerd wat hun personages doen. Door elke keer de focus naar één persoon te trekken, krijg je als acteur bij wijze van spreken maar een of twee kansen om je te laten zien.”  

Vissenkom
“Met Louterbloemen wil ik een stukje van het leven van de mensen in de volkstuinen laten zien. Ik wil een stilstaande, niet communicatieve situatie creëren. Het publiek ziet enkel het gedrag van deze mensen. De toeschouwer weet verder niets van het leven van die personen. De acteurs weten het wel, ik weet het, maar het publiek niet. Ik wil dat het publiek zijn eigen verhaal maakt. Dat de mevrouw naast jou zegt: ‘Joh, dat is toch prima zo’n maatschappij.’ En dat jij denkt: ‘wat een verschrikkelijke maatschappij.’ Het verschilt per persoon voor wie je sympathie hebt. De dramaturg, Alain Pringels, zei iets heel moois: het is eigenlijk een vissenkom. Het zijn allemaal vissen die al jaren gewend zijn in vaste routine hun baan te zwemmen. Gooi er een of twee nieuwe vissen bij en de hele routine van die andere vissen verandert. Dat is het.”

Eigenlijk een film
De wereld van de volkstuinen staat ver van mij af. Ik woon in de stad. De wereld van de naamloosheid, de wereld van de contactloosheid, die staat dicht bij mij. Ik vind het vreselijk, wat dat betreft kan ik beter in een dorp wonen. Ik vind de stad een vergissing. Ik benijd mensen die gewoon tevreden zijn met hun leven. Ze zijn er hoor. Ik mag ze dan misschien maar een keer in de dertig jaar ontmoeten, maar ze zijn er echt. Mensen die gewoon tevreden zijn met elkaar en die niet denken; ik heb iets gemist, of mijn verlangen is niet ingelost. Ik ben zeer zeker niet zo. Ik wil iets maken wat eigenlijk niet voor theater geschikt is, wat eigenlijk verfilmd moet worden en toch doe ik het in theater. Maar heus, er zijn mensen op deze aardkloot die gewoon tevreden zijn met het alledaagse.”

Tekst: Maaike Neven - Foto: Toneelgroep De Appel

Lees ook:Louterbloemen dingt mee naar Toneel Publieksprijs
Lees ook:Rick Paul van Mulligen over Barbaren – deel 1
Lees ook:Carice van Houten wordt WNF-ambassadeur
Lees ook:Kraaijkamp en Purcell leren van elkaar houden
Lees ook:Rick Paul van Mulligen over Barbaren – deel 2

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>