Luitenantenduetten: rijke verdediging in oorlog voor de kunst

‘Verzamelen onder de Vondelbrug in het Vondelpark.’ Dat staat in de mail van De Warme Winkel. ‘Vanaf daar lopen we samen naar de speellocatie van Luitenantenduetten.’ Gekleed in een dikke trui en handschoenen in mijn tas. voor de zekerheid. Vanaf een donkere plek onder de brug worden we de Vondelbunker ingelaten waar twee luitenanten op ons wachten.

De kleine, lage ruimte is even intiem als indringend. De twee mannen, gespeeld door Vincent Rietveld en Ward Weemhoff  lijken al jaren in hun bunker te wachten. Ze zien er stoffig uit en op de muur zijn papiertjes opgeplakt met daarop de dagen die zijn geturfd.

De relatie tussen beide heren is niet direct duidelijk. De ene begint een zorgvuldige Duits gesproken monoloog waarin hij zijn afkeer tegen bijna alles uit. De ander kijkt en knikt op zijn beurt. Daarna doet hij iets soortgelijks in het Frans. Hun rust heeft het publiek in zijn macht, begrip echter niet.

Kunstverdediging

Hoopvol wenden zij zich op de deur die opengaat, elke keer als de tram boven langs raast. Het geluid dat dan hoorbaar is, doet de bunker trillen. Steeds valt die deur weer voor hun neus dicht. De hoop op deze ontsnapping wordt opgegeven, wat resulteert in een komische en laconieke houding als de tram weer voorbij komt.

De heren voeren oorlog tegen de cultuurbezuinigingen. Wetend niet te zullen winnen, verdedigen zij de hoge kunst. Hun verdedigingsmateriaal bestaan uit literaire hoogstandjes, fragmenten klassieke muziek en zelf gezongen hits als ‘Another day in paradise’. Met microfoon, in canon, alles. Lelijk en prachtig tegelijk.

Meesters

Niet alle artistieke keuzes zijn te begrijpen. Een ene keer een kinderachtig spelletje ‘oorlogje spelen met stoelen.’ De andere keer een prachtige monoloog over een rots die bij de Chinese dichter Lan Ying in de tuin stond. Ondertussen zien we Rietveld de tekening van die rots projecteren op de muur die hij vervolgens met precisie naschildert. Rietveld en Weemhoff zijn meesters in precisie en zorgvuldigheid. Zo is hun proza over wat kunst zou moeten zijn, een ode aan de kunst zelf.

‘Heil Heyboer’

Hun tijdverdrijf biedt hun troost, terwijl ik met steeds meer medelijden hun machteloosheid aanschouw. De heftige uitbarsting waarin zij alles tussen een NS Intercity Direct en het neokolonialisme fucken en scanderen is indrukwekkend. Hun associaties zijn wonderlijk en sterk. Hun kwetsbaarheid groeit, want voor hen is niets goed genoeg, behalve de hoge kunst: ‘Heil Heyboer.’

Luitenantenduetten doet ons afvragen wat kunst nu eigenlijk is, vormgegeven in oorlogstijd. Wat is kunst ons waard? Die waardering mogen we kenbaar maken als de pet rond gaat. Komisch ingeleid door Rietveld. Helaas duurt zijn rede te lang waardoor het een smeekbede wordt die volgens mij niets met kunst te maken heeft.

Tekst: Inge Schouten

Gezien: 25 maart, Vondelbunker Amsterdam

Foto: Sofie Knijff

Lees ook:Boris van der Ham bij Nationale Toneel
Lees ook:Heyboers angst om gewoon te zijn
Lees ook:GVB en DeLaMar Theater slaan handen ineen
Lees ook:Parade: Puur genieten van ‘echte’ mannen
Lees ook:Heebink schittert in essentie

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>