In Ongenade laat publiek verbouwereerd achter

InOngenadeIn de grote zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam is het zaallicht nog aan als Gijs Scholten Van Asschat in alle rust het podium op komt lopen en op zijn klapstoel gaat zitten. Terwijl de laatste toeschouwers nog binnendruppelen staat vanuit haar stoel op de eerste rij plots Celia Nufaar op, die, alsof we er allemaal op berekend zijn, een verhoor met de eerstgenoemde opent waarbij het publiek in de zaal als raad van bestuur fungeert. Regisseur Luk Perceval bewerkte voor Toneelgroep Amsterdam Coetzee’s In Ongenade. 

Bestuursleden Janni Goslinga en Chris Nietveld, die dus al de gehele inloop nonchalant in de zaal blijken te hebben gezeten, discussiëren wild met Scholten Van Asschat. Met open mond wordt het door de toeschouwer gadegeslagen. De openingsscène is als een metafoor voor de voorstelling in zijn geheel. Hoewel een drama, louter gebracht door tekst, na het laatste applaus wordt de zaal verbouwereerd vol met vraagstukken achtergelaten.

David Lurie (Scholten Van Asschat) doceert aan de Universiteit van Kaapstad. Hij is gescheiden en maakt regelmatig gebruik van jonge prostituees, soms zelfs minderjarig. Wanneer hij een prille verhouding begint met een leerlinge, de liefde is niet wederzijds, neemt hij onder druk van het schoolbestuur (de openingsscène) ontslag. Hij trekt in bij zijn lesbische dochter (Goslinga). Op een avond breken er twee zwarte mannen in bij haar boerderij, sluiten Lurie op in de badkamer en verkrachten haar gedurende de hele nacht. ’s Ochtends overgieten ze Lurie met spiritus, steken de vloeistof aan en gaan ervandoor. Na deze traumatische ervaring wil vader dat dochter onmiddellijk naar de grote stad verhuisd, in de veilige nabijheid van vrienden en de Politie. Lurie wil graag dat zijn dochter veilig is en dat haar nooit meer een dergelijk doemscenario overkomt. Het is de vreemde tegenstelling van een man die misbruik verafschuwd maar het zelf vaak pleegt.

Heel basaal gezien bestaat het decor slechts uit een groot aantal aangeklede zwarte paspoppen staand over het gehele podium. Evident aan het aantal paspoppen is ook de hoeveelheid vraagstukken waarmee de bezoeker de zaal verlaat. De geschetste paradox is slechts een van de vele lijnen die het verhaal kent. Het stuk laat zich zonder een echt grijpbaar doel van de hoofdpersoon en grotendeels open einde lenen voor veel analyses en nabeschouwingen met een grote verscheidenheid aan inhoud van de samenvattingen. Daarnaast schetst regisseur Luk Perceval, in navolging van de oorspronkelijke roman van John Coetzee en de verfilming van Steve Jacobs, niet een juiste moraal maar laat het publiek kiezen tussen meerdere goed overwogen opties. Wanneer het stuk in de nabije toekomst een tweede keer hernomen zal worden, raad ik ten zeerste aan om met veel te gaan; dan komt pas op alle vragen een antwoord.

Tekst: Midas Meester

Gezien: 24 april, Stadsschouwburg Amsterdam

Foto: Jan Versweyveld

Lees ook:De stilte aan stukken
Lees ook:Toneelgroep De Appel laat decor onder water lopen
Lees ook:De entertainer: intrigerend familiedrama met eentonige dynamiek
Lees ook:Oerol krijgt subsidie
Lees ook:Grunbergs Tirza op toneel

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>