Ultieme eenzaamheid in ‘Till the fat lady sings’

Een abstract decor met een tafeltje, twee stoeltjes en een kil, mindgroen tapijt. Tapijt dat zowel de vloer, als de verrijdbare muren bedekt. In een veel te leeg theater in Hoorn is het publiek in afwachting van Till the fat lady sings. Dan betreden acteurs Maria Kraakman en Sanne den Hartogh het podium en met het publiek op de lip ontvouwt zich een beklemmende, herkenbare en boeiende dialoog over het ultieme alleen zijn.

Tijdens een romantisch diner met haar vriend, dwalen de gedachten van een jonge vrouw voortdurend af. Ze kijkt om zich heen en ziet alleen nog maar de onechtheid van het bestaan. Haar hoofd loopt vast. Ze valt om. In haar ouderlijk huis wordt ze uitgeput op de bank gelegd. Het is aan haar broer, de enige die begrijpt wat zij doorstaat, om het leven opnieuw zin te geven. Om haar uit het moeras te trekken, met het risico er zelf in te vallen.

Regisseur Erik Whien en schrijver Casper Vandeputte maken een voorstelling over het ultieme alleen zijn, de afzondering en de hoop dat iemand je daar weer uit kan halen. Ze laten zich daarbij inspireren door thema’s uit het werk van J.D. Salinger, de Amerikaanse schrijver en kluizenaar die onlangs overleed. De teksten doen inderdaad Amerikaans aan, maar dat schept ook de nodige afstand. De spelers zitten bijna letterlijk op de huid van het publiek en regelmatig wordt oogcontact gezocht, met name in de lange ongemakkelijke stiltes.

Kraakman is Kraakman. Haar verschijning trekt alle aandacht en met minimale middelen transformeert zij van de levensmoede dochter naar de bemoeizuchtige en toch onverschillige moeder. Sanne den Hartogh, die ons in Hamlet onlangs, niet kon imponeren, doet dat nu wel. Zijn monoloog, als hij de laatste brief van zijn door zelfmoord overleden broer, voorleest, is heartbreaking. Zoveel inleving, zo geloofwaardig. Nergens te veel, nergens theater. Hij houdt zich fantastisch staande naast Maria Kraakman, de koningin van het geloofwaardig spel. Het stukje scheerschuim dat per ongeluk de hele voorstelling aan de zijkant van zijn hoofd achterblijft, maakt hem onbedoeld nog veel echter en kwetsbaarder. Een prachtig koppel.

De regie van Erik Whien is boeiend. Het publiek zwerft van intense betrokkenheid bij de personages naar de eigen hersenspinsels, om de relaties tussen broer, zus, familie en verloofde te ontrafelen. En daar zit hem precies de kneep. Je probeert de connecties te vinden, maar allen leven op een eigen eiland. Werkelijke communicatie lijkt schier onmogelijk. Even opent zusje zich, als ze denkt dat ze haar oudste, nog levende broer, aan de telefoon heeft. Maar het is haar jongste broer, die haar probeerde op te beuren en vooruit te krijgen. Het telefoongesprek tussen de twee is prachtig in beeld gebracht en de spelers nemen de tijd. Die telefoonkabel is op dat moment het enige wat hen werkelijk verbindt, op de herinneringen aan vroeger na.

Meer informatie: www.toneelgroepoostpool.nl

Foto’s: Sanne Peper

Lees ook:Gemiste kansen in Oostpools Hamlet
Lees ook:De ware tranen uitgewerkt
Lees ook:Zonder gevaar geen verleiding
Lees ook:BAS is om op te vreten
Lees ook:Toneelschuur en filmschuur Haarlem best bezocht Haarlems podium

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>