Experiment: Hamlet moet dood

Urban Myth experimenteert. Hun voorstelling Hamlet moet dood is een onderzoek, waarin het draait om vragen als ‘Kun je de sterren van de hemel spelen, als je nog nooit met je medespelers gerepeteerd hebt?’ en ‘Vind je acteren nog leuk als het succes van de avond afhangt van jouw kwaliteit of voelt het als een auditie waarin je je talent moet bewijzen?’. Het publiek in de Stadsschouwburg Amsterdam kijkt toe en ziet of je slaagt of faalt. Hoe schrijf je een recensie over een experiment met 8 acteurs, 8 teksten, 1 regisseur en live regie? Dat lijkt nutteloos, aangezien de uitvoerenden zelf hun conclusies ook al getrokken zullen hebben. Toch is het op de wijze waarop Urban Myth dit experiment aanpakt goed mogelijk. Ik zal proberen uit te leggen waarom.

Als de avond begint, komt regisseur Jörgen Tjon A Fong op het podium om het experiment uit te leggen. Hij is hierin niet helemaal duidelijk en als ik het later op de avond aan twee spelers vraag, krijg ik een beter zicht op de gang van zaken. Alle acht spelers hebben teksten geleerd: een monoloog en een paar dialogen. Die zijn ook gerepeteerd, maar nooit hebben de acteurs met elkaar geoefend. Ze weten dus niet precies hoe de voorstelling loopt. Dat weet alleen regisseur Tjon A Fong. Conclusie: er is wel degelijk sprake van een voorstelling.

Het verhaal van deze voorstelling Hamlet moet dood is als volgt: de acteurs spelen zichzelf over drie jaar. In die drie jaar hebben ze een aantal verkeerde keuzes gemaakt en nu doen ze auditie voor een figurantenrol in de voorstelling Hamlet die Tjon A Fong gaat regisseren.

Naar de acteurs toe wil ik alle lof uitspreken voor de moed om in dit experiment te stappen. Je weet tenslotte nooit hoe het uitpakt. Dat geldt echter niet voor de ploeg begeleiders. Het script voor de voorstelling, voor zover dat er is, barst van de clichés. Het inkijkje in de auditiewereld en het leven van (bijna) werkloze acteurs wordt zo overtrokken neergezet dat het komische er zelfs vanaf gaat.

De personages zijn ook cliché. En dat is verbazingwekkend. Je zou toch denken dat zelfs na drie jaar niet werken, je vakmanschap niet ten onder gaat, maar wat Tjon A Fong sommige spelers laat doen is vaak pure karikatuur. De momenten waarop je werkelijk gelooft dat dit een auditie zou kunnen zijn, zijn op één hand te tellen. Sommige reacties van de spelers zijn echt, staan niet in het script. In hoeverre die in de situatie ‘3 jaar later en werkloos’ passen is nog de vraag, maar het zijn momenten van echte verbazing of geamuseerdheid. Ook tijdens de gezamenlijke oefening die Tjon A Fong doet, ontstaat even echt theater.

Wat de regisseur betreft: ook hij speelt natuurlijk een rol. Hij zou als regisseur de enige zijn die weet hoe de voorstelling gaat lopen, maar zelfs dat is niet waar. De spelers geven na afloop zelf aan dat het morgen weer helemaal anders kan lopen. Wat Tjon A Fong doet is dus improvisatie. Dat is ook te merken. Hij komt soms heel scherp uit de hoek, maar hij mist momenten om de voorstelling een spannende kant op te sturen.

Misschien is het een teken aan de wand dat Hamlet moet dood een half uur langer duurt dan is aangegeven. Pas na twee uur sta ik weer beneden – in verwarring over wat het experiment was, over wat de voorstelling was – met het idee dat je voor de bevrediging van het publiek een onderzoeksvoorstelling beter moet inleiden en misschien ook wel moet nabespreken. Want hoe leuk het voor acteurs en regisseur ook zal zijn, publiek is wel een wezenlijk onderdeel van een voorstelling.

Tekst: Martijn Groenendijk

Lees ook:Gemiste kansen in Oostpools Hamlet
Lees ook:De alternatieve nachtmis van Urban Myth
Lees ook:Gaite Jansen sluit zich aan bij Toneelgroep Amsterdam
Lees ook:DOX date De Utrechtse Spelen
Lees ook:Hamlet is de Mona Lisa van de literatuur

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>