De verschrikking van de oorlog

vlammenstadOp 17 mei 1940 zette een Duits bombardement de Zeeuwse hoofdstad Middelburg in vuur en vlam. Grote delen van de binnenstad werden verwoest. Omdat inwoners massaal waren gevlucht bleef het dodental beperkt tot 22 personen. Achthonderd gezinnen werden dakloos. In Vlammenstad, geschreven en geregisseerd door Judith de Rijke, worden de laatste ingrijpende dagen voor de Zeeuwse capitulatie verteld. Moon en Muis zijn tegenpolen, maar allebei jong en met een fantasierijke verwachting van de oorlog. Moon juicht, terwijl Muis doodsbang is. Twee aangrijpende, fictieve dialogen, gebaseerd op ware feiten, op twee verschillende locaties gespeeld. Vlammenzee is een parel op het gebied van intiem locatietheater.

De vijftien jaar oude Moon juicht, wanneer de eerste Duitse Messerschmitts over de stad vliegen. ‘Yes! War!’ In uiterste staat van opwinding rent hij naar zijn vrienden. Eindelijk een echte oorlog. Nadat ze met hun tinnen legers maandenlang alsof hebben gedaan. Verderop in de straat woont Muis. Als jongste lid van de burgerluchtwacht krijgt hij opdracht om De Lange Jan te beklimmen op zoek naar de torenwachter… Als uiteindelijk de bommen inslaan, en beide jongens hun stad in brand zien vliegen, slaan ze op de vlucht.

Twee totaal verschillende, Zeeuwse acteurs brengen twee totaal verschillende verhalen over hetzelfde moment. De een zwaar en beklemmend, de ander aanvankelijk licht en vertederend. Bram Kwekkeboom zit in de crypte van de Middelburgsse abdij opgesloten in zijn strakke pak. Zijn nerveuze bewegingen en zweetdruppels verbergen een woede die jarenlang onderdrukt wordt. Hij vat de gebeurtenissen op een wetenschappelijke wijze samen. ’22 doden, da’s eigenlijk niet zo veel’. Maar de 22 aslichamen, vormgegeven door Kathleen Vinck, blijven hem altijd achtervolgen. Met zijn zin ‘Wie niet sterft, wordt ook geraakt’ in het achterhoofd vertrekken we naar de lichtere kerk, waar de opgewekte Moon (Adri Overbeeke) het publiek opwacht. ‘Een jonge jongen, liefst gespeeld door een ouder acteur.’ Zo leidt hij zijn dialoog in. Waar Kwekkeboom verkrampt, is Overbeeke los als een elastiek. Zijn lichaam gaat alle kanten op en het kost geen moeite de slungelachtige Simon, Moon, daarin te herkennen. Moons bravoure wekt glimlachjes op, maar Overbeeke weet met zijn intense spel het publiek gruisloos mee te slepen in de diepere laag. De kinderlijke verwachting van de oorlog valt natuurlijk bitter tegen. De angst om zijn familie, de bommen en de branden wordt bijna tastbaar. Zijn verhaal over de onfortuinlijke moeder en haar kind, die door het eigen afweergeschut worden neergeschoten, laat een flink deel van het publiek meehuilen. Stilletjes klinkt gesnotter.

‘Wie niet sterft, wordt ook geraakt,’ is een boodschap die snoeihard aankomt. De Rijke heeft met Vlammenstad een prachtige stuk gemaakt over de vreselijke brand in 1940. Persoonlijke verslagen, interviews en historisch materiaal dienden daarbij als basis. Maar de kracht van Vlammenstad zit niet in de historische feiten, maar in de emoties die worden opgeroepen door tekst, regie en acteurs. Vlammenstad wordt daarmee niet zomaar een voorstelling, maar een universeel document over de verschrikkingen van oorlog.

Meer informatie: www.nazomerfestival.nl


Lees ook:Paul de Leeuw in ‘Liever geen oorlog’
Lees ook:Tientallen theatermaquettes gedigitaliseerd
Lees ook:Nederland in oorlog
Lees ook:HELP en een hysterische fan
Lees ook:Rake tweeling van Mette Bouhuijs


Geef een reactie