Joeri Vos: Woedende monologen en onderbroekenlol in Post Mortem

shapeimage_2In september gaat de nieuwe voorstelling Post Mortem van Toneelgroep Oostpool in de Oude Steenfabriek in Arnhem in première. Regisseur Joeri Vos bewerkte de tekst van Noël Coward tot een combinatie van drama en komedie. Daarom de hoogste tijd dat artistiek directeur Marcus Azzini regisseur Joeri Vos aan de tand voelde.

Marcus: Als ik het script lees vallen me een aantal dingen op. De dood speelt een bijzondere rol in de voorstelling, wat betekent dat voor jou?

Joeri: “In de eerste scène neemt de hoofdpersoon, John Cavan, een dienst van iemand over die net het nieuws heeft gekregen dat zijn vriend is overleden. – Het is de Eerste Wereldoorlog en we bevinden ons in de loopgraven. – Hij stapt naar buiten en wordt bijna onmiddellijk neergeschoten. En sterft. In de volgende scènes is het dertien jaar later. John is terug als geest en gaat langs bij de mensen die hem dierbaar zijn, omdat hij wil weten… omdat hij wil weten waarom? Waarom ben ik gestorven? Was het het waard, die hele oorlog?

Het bijzondere aan dit stuk is, dat iedereen hem kan zien, hem ook kan aanraken. Niemand lijkt echt heel erg verbaasd dat de doden tussen de levenden lopen. Ik denk dat het een beetje is zoals in een droom, daar kan je iemand die je verloren bent ook weer tegenkomen, aanraken, ruiken en kan het lijken alsof het de normaalste zaak van de wereld is, alsof het zo hoort, terwijl je ook ergens weet dat het zo weer voorbij zal zijn. Ik vind dat herkenbaar. Ik vind het ook mooi dat het zo vanzelfsprekend lijkt: ja, de dood is verdrietig, maar het hoort er ook bij. En misschien is het treurige – maar ergens ook wel het geruststellende – dat er hier in de dood geen antwoorden zijn. Het zou toch wat zijn als we in de dood opeens bijvoorbeeld het onnoemelijke lijden van zo’n loopgravenoorlog wél zouden begrijpen? Dat dan het kwartje valt: “oh, daarom doen we elkaar dat aan… ja, logisch.” De soldaat uit de Eerste Wereldoorlog komt terug met de vraag waarom hij gestorven is, en met de hoop dat het toch alsjeblieft niet voor niks is geweest. En wij levenden… tja… wat gaan we antwoorden?”

Marcus: Wat is de betekenis van de oorlog in het stuk? En betekent het voor ons nog hetzelfde als in de tijd dat Noël Coward dit stuk schreef? Wat doe je daarmee in de bewerking?

Joeri: “Oorlog werd meer geromantiseerd dan nu. Ook al willen sommige computerspelletjes, of reclamespotjes van defensie ons nog steeds doen laten geloven dat we door oorlog heldhaftige mannen worden. Het was meer ‘mainstream’ om te denken dat oorlog eervol, verstandig, glorieus en vormend zou zijn. Als je serieus beweerde dat oorlog “zuiverend” zou werken – en daar iets positiefs mee bedoelde -, gingen mensen niet met een boog om je heen lopen, maar knikten ze instemmend of kwamen ze slechts heel beleefd met een tegenargument. Er was enthousiasme om de strijd aan te gaan. De Eerste Wereldoorlog was natuurlijk desillusionerend – jarenlange ontberingen in loopgraven, de verovering van onzinnig kleine stukjes platgetrapte blubber tegen enorme verliezen van mensenlevens. Maar het nieuws van deze ellende druppelde maar mondjesmaat door naar het grote publiek van thuisblijvers. Sommige kranten zagen het misschien als hun patriottistische plicht om de moraal hoog te houden en deden daarvoor de werkelijkheid wat geweld aan, of cynischer: dachten aan de aandeelhouders en zorgden voor een hoge oplage door (verzonnen) heldenverhalen. (Denk nu aan FOXnews) En zo werd de gruwel al snel weer naar de achtergrond gedreven en werd een volgende generatie met onzinverhalen klaargestoomd voor een nieuwe oorlog. Althans, dat dacht Noël Coward in 1930, en daar heeft ie wel een beetje gelijk in gekregen.

Ja, er is wel veel veranderd sinds toen: John vraagt waarom? Waar was dit goed voor? En de antwoorden zijn vaak diep filosofisch. Als ik vraag waarom? Waarom is Irak aangevallen? Dan verwacht ik praktischere antwoorden: om de massavernietigingswapens, om de olie, om democratie te brengen, om herkozen te worden… Maar het is ook wel eens goed om weer een stapje terug te doen, weg van alle meningen, weg van de luie-stoel-oorlog van de columnisten, en weer eens na te denken over die eerste vraag: waarom? Waarom doen wij mensen onszelf dit aan?

Wat ik niet ga doen is het hele verhaal verplaatsen naar het ‘nu’. Een van de personages zegt dat misschien jaren en jaren later iemand die hele oorlog misschien zal begrijpen. Wij zijn die mensen, wij leven jaren en jaren later. Wij zijn zogenaamd zo veel verder, we kunnen toch het antwoord op alle vragen google-en? Ja toch?

We gaan het spelen tijdens de herdenking van de Slag om Arnhem, dus er zijn ook al mensen geweest die aan me hebben gevraagd of ik het stuk dan zo zou bewerken dat het in de Tweede Wereldoorlog zou spelen. Tja… alsof we ons niks bij die andere oorlog kunnen voorstellen. Maar ik snap de vraag wel. Ik betrapte mezelf op de gedachte dat het best jámmer was dat de Eerste Wereldoorlog een beetje langs Arnhem heen was gegaan, jammer voor het verhaal, of voor de publiciteit over dit stuk… Dat is toch een nare gedachte? Dat je zou willen dat er een oorlog was omdat dat zo lekker in je verhaal past…  Nou ja, over dat soort dingen gaat het, over hoe wij over oorlog denken, hoe we daar verhalen over maken.”

Marcus: Een vraag voor jou als schrijver: Wat trekt je in dit stuk? Qua taal?

image.aspxJoeri: “Haha, ik herken mezelf er wel in. Noël Coward schreef het stuk een aantal jaren na de Eerste Wereldoorlog, hij was toen eenendertig, net zo oud als ik nu, en het is… het springt een beetje van de hak op de tak, het is een wirwar. Of eclectisch zou je dat chic kunnen noemen. Prachtige woedende monologen, mooie filosofische verhandelingen, scherpe dialogen worden afgewisseld met onderbroekenlol en ontzettend slappe kletspraat. Integere personages staan tegenover figuren die het cliché van het cliché van het cliché zijn van iemand die je kent van televisie.

Noël Coward was een meesterlijke komedie schrijver, maar grappen overleven niet altijd tachtig jaar en het is bovendien bijzonder Brits wat hij doet. Ik heb meer van zijn stukken gelezen en daar dacht ik toch steeds bij: ja, ik kan zien waarom dit goed is, maar het lijkt me toch lastig om het nu te doen. Maar bij dit stuk… Ja, dit is geen komedie, dit is een woedende aanklacht, geschreven met de scherpte en humor van iemand die weet hoe hij een grap moet timen. Hij vond het stuk zelf niet helemaal geslaagd, te onevenwichtig, te weinig over nagedacht, (hij heeft het in een maand geschreven, op de boot van Engeland naar Amerika), en dat klopt ook; het voelt rauw, onaf, dus als een uitnodiging dat wij er nog wat mee mogen doen. Maar vergis je niet, ik ga het niet ‘af’ maken. Waarschijnlijk wordt het alleen nog maar rauwer, en nog onevenwichtiger. Dat vind ik geweldig. Dat is het leven, dat lijkt me ook oorlog trouwens. En wie een mooi rond verhaaltje wil, die kan naar een Disneyfilm.”

Marcus: Waarom heb je er voor gekozen om de voorstelling in samenwerking met studenten van ArtEZ te maken en op locatie te spelen?

Joeri: “Ik wilde het stuk maken met mensen in de leeftijd waarop er het vaakst ‘voor het vaderland’ (of voor idealen of voor het geloof) gestorven wordt. De leeftijd van de soldaten, het kanonnenvlees. Met de energie en de onbezonnenheid om te vechten en nog met de hoop dat jouw offer echt van betekenis kan zijn. Vijf jaar geleden heb ik ook de voorstelling MENSEN gemaakt, een samenwerking van Generale  Oost, TG 42 en ArtEZ toneelschool, in het kader van de herdenking van de slag om Arnhem. Ik werd toen gevraagd door Stichting Bridge to the Future. Daarin speelde de hele toneelschool mee. De meesten van ons staan ver van oorlog af – ik ook, we kennen het alleen van verhalen van opa’s en oma’s, en van het nieuws waar we liever bij wegzappen. We zijn toen een middag naar de Airborne War Cemetery geweest. Dan lees je op al die grafstenen de leeftijden van de gevallenen: 20, 18, 19, 21, 18, 20 et cetera, et cetera. Dat zijn zij, dat is die leeftijd. Het is ook de generatie die de meeste kans maakt om weer een oorlog mee te gaan maken. Dit stuk maak ik trouwens niet alleen met studenten, ook Roy Baltus, Peter Bolhuis en Irma Nijenhuis spelen mee. Roy is nét naar Amsterdam verhuist – hij heeft zijn leven lang in Arnhem gewoond – Peter en Irma spelen door heel Nederland, maar wonen in Arnhem. Dat heeft verder niks met de inhoud van het stuk te maken, maar ik vind het belangrijk en leuk om als stadsgezelschap ook echt een voorstelling te maken die voor en door Arnhemmers is. En op een bijzondere plek in Arnhem, waar je normaal niet zo vaak komt, vandaar de locatie. En op locatie spelen geeft veel meer dat rauwe, jonge, festivalachtige gevoel, dat bij deze voorstelling past. We behandelen een serieus onderwerp, maar we mogen er ook grappen over maken; we onderzoeken grote vragen, maar we hebben niet de pretentie er antwoorden op te hebben.”

Marcus: De liefde speelt ook een belangrijke rol, wat zijn je gedachtes daarover?

Joeri: “Liefde is er altijd, overal, en waarschijnlijk in oorlogstijd nog krachtiger, onontkoombaarder en tragischer dan anders. De liefde van een moeder voor haar zoon, die in de oorlog omgekomen is. -  De jeugdliefde die plotseling voor de deur staat, onveranderd, terwijl je zelf dertien jaar ouder geworden bent, bij iemand anders. – De liefde tussen mannen in de oorlog. – De vader die niet (meer?) tot liefde in staat lijkt. – De liefde voor de doden, en de liefde van de doden voor ons… Ze komen allemaal langs in dit stuk…

En we gaan er óók een boel om lachen.”

Post Mortem is vanaf 18 september te zien in Arnhem. Kijk hier voor meer informatie.

Foto: TG42.nl 

 

Lees ook:Aanklacht tegen de oorlog in Post Mortem
Lees ook:Zomerproductie Oostpool bekend
Lees ook:Toneelgroep Oostpool herneemt Orlando
Lees ook:Boogaerdt/VanderSchoot naar Toneelgroep Oostpool
Lees ook:Feestjes zijn niet leuk!

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>